|
|
|
|
|
|
|
|
Onthaasten

Daar gaat ze. Ze fietst en denkt: waar zal ik deze keer over schrijven? Over de lente misschien, die zich eindelijk manifesteert? Over het koolmeesje dat zich dit jaar niet in haar tuin wilde nestelen? Over het lege huis naast haar, waar de buurvrouw helaas niet terugkeerde vanuit het revalidatiecentrum? Nee, het moet toch echt over Amersfoort gaan, de stad waar ze krap zes jaar geleden neerstreek. En wat is die stad weer mooi, vol van steeds meer historie en verwachting. Zo omarmde oudje Amersfoort de kleine Tijn als haar 150.000ste inwoner.
Ze kan gewoon niet kiezen. Er is zoveel om over te schrijven. Neem nou de Fietsboot, de ultieme vorm van onthaasting. Vier uur tuffen over de Eem en het Eemmeer, richting Huizen of Spakenburg. En dan door de Eempolder terugtrappen naar Amersfoort, met zijn talrijke grutto’s en andere weidevogels. Met de sporen van de Grebbelinie, het historische verdedigingssysteem dat deze maand in de provincie extra aandacht krijgt. Of gewoon het ezeltje langs de weg, dat meeloopt tot hij niet verder kan.
Wat dacht u van het Eemplein? Een gapend gat dat een commerciële trekpleister werd, met een grote bioscoop en een cultuurtempel die heel wat geld en politiek gekrakeel kostte, maar nu toch zijn voltooiing nadert. Het Eemhuis, dat het bijzondere gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voorgoed in de schaduw zet en de Koppelpoort gewaagd modern naar de kroon steekt. De patat van Pommes is heerlijk, Zeeman en Blokker zijn dichterbij, maar Albert Heijn is helaas net niet XL. Geen verse vis dus.
Op een steenworp afstand daarvan staat het bouwsel ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Amersfoort daarentegen nogal te verkommeren. Dat ding houdt vast geen stand tot een volgend jubileum. Maar toch, elke keer als ze er langs fietst valt haar oog op een tekst die plicht koppelt aan inspiratie: Zoveel bladzijden die ik nog schrijven zal.
Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar
www.schrijfwaar.net
Educatieve bedrijvigheid

Zomaar een werkdag van een zzp’er. Een afspraak op de Krommestraat, waarvoor ik na ruim zes jaar in Amersfoort nog steeds de plattegrond moet raadplegen. Ter plekke aangekomen blijkt de straat open te liggen. “Het is net niet op tijd af”, grapt mijn interviewkandidaat Nes van Hulzen. Mij hoort hij niet piepen, want via een trapje krijg ik toegang tot een indrukwekkend historisch pand. En tot een mooi succesverhaal.
Hij leidt mij rond en vertelt over de geschiedenis van het gebouw en van zijn uitgeverij Deviant. Ooit woonde hier Pieter Both, de eerste Gouverneur-Generaal van Indië, was er een kindertehuis gevestigd en hielden op deze plek architecten kantoor. Nu zit onder de middeleeuwse keldergewelven de creatieve crew van de uitgeverij, een verdieping hoger de servicedesk en huizen daarboven de redacteuren. Voor deze doeleinden is het interieur van het rijksmonument stijlvol gerenoveerd. Bedrijfseconomisch is het pand veel te duur, onthult mijn gastheer. Maar de ambiance komt de creatieve sfeer en trots van de medewerkers ten goede.
Nes van Hulzen, zelf afkomstig uit het mbo-onderwijs, vond het lesmateriaal voor deze sector destijds beneden peil. Waarom dan niet zelf betere methodes uitgegeven? Een oud-leerling met ict-ervaring was bereid om samen met hem het avontuur aan te gaan. Aan de huiskamertafel gingen ze aan de slag, verhuisden naar een hokje op bedrijventerrein Isselt en vervolgens naar de kelderruimte in het pand aan de Krommestraat. De keuze voor kwaliteit wierp vruchten af. Waren ze zeven jaar geleden nog met z’n tweeën, vanaf die tijd kwamen er per jaar zo’n acht medewerkers bij. Inmiddels maken massa’s docenten en leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs gebruik van de methodes en websites van de uitgeverij.
En zo werd het naast een interessant interview in een inspirerende omgeving ook een leuke les in ondernemerschap. Ik ben niet zo’n liefhebber van moderne credo’s als ‘je moet je passie volgen’. Maar misschien is dit wel hetzelfde: iets zit niet goed en dan ga je het zelf gewoon beter doen. Dat kan dan, crisis of geen crisis, tot succes leiden. En die kentering kan zich ook nog best rond je vijftigste levensjaar voordoen. Om vervolgens, zoals Nes van Hulzen, op je 58ste te kunnen besluiten meer tijd te gaan besteden aan vrouwlief, tuin en studie.
Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar
www.schrijfwaar.net
Tijdmachine in Soesterkwartier

Taal is echt mijn ding, maar cultuurgeschiedenis ook. Wat is er dan leuker als je op vijf minuten afstand van je huis letterlijk het verleden in kunt stappen? Het Soesterkwartier heeft een heuse museumwoning, een initiatief van woningcorporatie Portaal ter viering van het honderdjarig bestaan. De eengezinswoning op de St. Bonifaciusstraat 61 is vorig jaar in oude staat teruggebracht. Enthousiaste vrijwilligers van Wijkmuseum Soesterkwartier hebben het huis stijlvol ingericht en verzorgen in de atelierruimte regelmatig interessante exposities.
Ik zit in de rookstoel in de voorkamer. Op tafel ligt een Libelle uit 1934, in de hoek staat een koffergrammofoon, bij de potkachel droogt de was op een houten rekje. Het is net alsof de bewoners even een blokje om zijn. Als je je ogen dicht doet, ruik je de geur van vroeger: sigarenrook, versgemalen koffie en boenwas. Ook de voorwerpen in de woning roepen nostalgische gevoelens op. Vooral door ze te benoemen, beland ik in een ware tijdmachine: pijpenrekje, telraam, kolenkit, voetenstoof, theemuts, hoedenplank, lampetkan, rolveger, speldenkussen, wasteil, mattenklopper, wijwaterbakje, spinnenwiel, wasbord, doekenrekje, petroleumstel, kroontjespen, typemachine en ga zo maar door. Zelfs de taal is museaal.
In de ruimte achter de museumwoning is - nog even - een tentoonstelling te zien over de winkels in het Soesterkwartier. Eind jaren dertig waren dat er zo’n tweehonderd! Nu kunnen we onze winkelkar volladen bij Dirk, Albert Heijn, Aldi of Action en is het aantal winkels in de wijk op één hand te tellen. Maar achter de gevels van gewone huizen in het Soesterkwartier gonst het van moderne bedrijvigheid door zelfstandige professionals en andere creatievelingen. Tijden veranderen, en dat is goed. Toch vinden bewoners en oud-bewoners van de wijk het leuk om even terug te gaan in de tijd. Ook anderen weten hun weg naar de museumwoning te vinden. Vanaf de opening in september 2012 stapten al bijna tweeduizend bezoekers over de drempel. Een prestatie die bewondering afdwingt.
Informatie: www.wijkmuseumsoesterkwartier.nl.
In het weekend van 15-16-17 maart kunt u in het kader van Oranje Fonds Kroonappels stemmen op het Wijkmuseum Soesterkwartier: www.kroonappels.nl.
Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar www.schrijfwaar.net
Stier op sokken

Breien, dat deed ik vooral in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Al breiend wisselde ik wel en wee uit met vriendinnen. Ook tijdens colleges of vergaderingen kon je gerust een breiwerkje ter hand nemen. Een vrouwenhand en een paardentand staan immers nooit stil. Maar het ambacht raakte uit de mode. Tegen de lage kledingprijzen was niet meer op te breien. En wie wilde er nog in een slobbertrui gezien worden?
Veel van wat uit de mode raakt, wordt op een gegeven moment weer hip. Sinds 2004 zoeken mensen van uiteenlopend pluimage elkaar op om in een café samen te breien, patronen uit te wisselen en elkaar nieuwe technieken te leren. Volgens de website van Stitch ’n Bitch telt Nederland zo’n vijftig breigroepen. Maar er is meer. Ook al herkent mijn spellingscontrole de term wildbreien - uitgeroepen tot het mooiste nieuwe woord van 2011 - nog niet, in de openbare ruimte duiken al sinds 2005 overal in de wereld spontane breisels op.
Wildbreien is een vorm van straatkunst die om zich heen grijpt, zo lees ik her en der. Het is bedoeld om de buitenruimte op te vrolijken. Bomen, lantaarnpalen, banken, vuilnisbakken en ander straatmeubilair krijgen een kleurig jasje. Ook in Nederland heeft de rage voet aan de grond gekregen. Wat wild begon, krijgt soms zelfs een georganiseerd karakter. In 2011 namen ruim tweehonderd vrijwilligers de pennen ter hand om Artis met breisels te behangen. En de gemeente Veenendaal sloeg in het kader van Koninginnedag 2012 massaal aan het breien, onder het motto ‘Steek in voor de koningin’.
Wildbreien wordt ook wel gezien als een niet-vandalistische vorm van graffiti. De lapjes stof zijn immers makkelijker te verwijderen dan de voorstellingen van verfbusspuiters. Ook al gaat het meestal om onschuldige gebrei van ijverige vrouwenhanden, soms willen de makers wel degelijk een statement maken. Zo wist een heuse kunstenares een wilde bronzen stier in New York kortstondig te temmen met een paars-roze omhulsel. Onze stier, op de rotonde Flierbeeksingel/Kamp, moet het voorlopig doen met gebreide sokken van de Zoete Buren.
Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Iedere eerste woensdag van de maand publiceren wij een nieuwe column van José's hand. Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar www.schrijfwaar.net
Memento mori

Op verschillende momenten in het jaar herdenken wij onze dierbare overledenen. Meestal op hun verjaardag of sterfdag, maar ook steeds vaker met Allerzielen en in de laatste weken van het jaar. Tijdens de feestdagen wordt begraafplaats Rusthof in Amersfoort zelfs veruit het meest bezocht. Reden om op kerstavond een warme sfeer te creëren met waxinelichtjes, vuurkorven, warme drankjes en een gedenkkerstboom, waarin bezoekers hun persoonlijke wens in een transparante kerstbal konden ophangen.
Begraafplaats Rusthof was eerder ook in het nieuws vanwege diefstal. Niet alleen werden er koperen leidingen gejat, onverlaten durfden zelfs een bronzen beeldje van een kindergraf te ontvreemden. Daarom zal de begraafplaats worden uitgerust met vaste en mobiele camera’s. Het werd tijd om mijn mogelijke laatste rustplaats eens te bezoeken. Behalve bij de ingang en de parkeerplaats heb ik geen camera’s gezien. Maar mijn aandacht werd dan ook meer getrokken door de ruisende bomen, de vogels – op de begraafplaats zijn zo’n tachtig soorten gespot – en de variëteit aan graven. Rusthof is bepaald geen saai kerkhof. Het is een prachtig park met veel groen, hoogteverschillen, kronkelpaden en graven op verrassende plekken. Je kunt er met gemak enkele uren vertoeven, en in het weekend zorgen de Vrienden van Rusthof in de koffiecorner voor een warm onthaal.
Wat mij vooral opviel, is het verschil in aandacht voor de graven. Waar het ene graf stilletjes ligt te verkommeren, is het andere bedolven onder de bloemen, objecten en in deze tijd ook kerststukjes, zelfs tot aan een heuse kerstboom toe. Met de versheid van het verlies heeft dat weinig te maken. Het graf van Maddie (1976 – 2009) overtrof alles: bloeiende planten, brandende kaarsen, verse witte rozen en twee bistrostoeltjes. In de struiken zag ik ook een gieter, een zak met waxinelichtjes, een harkje en een voorraad mezenbollen. De stoeltjes voelden nog warm aan.
Vanaf 1 februari worden de kerststukjes van de graven weggehaald, de gedenkkerstboom verdwijnt al na Driekoningen. Bij deze wil ik er nog een bal in ophangen met mijn dubbele wens voor 2013: carpe diem (pluk de dag) én memento mori (gedenk te sterven).
Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar www.schrijfwaar.net
Babyolifantje

Het is grijs, nat en koud. ’s Morgens is het donker en tegen vijven moet de lamp alweer aan. De maan schijnt door de bomen. Geen zin om eruit te gaan. Liever met huispak en pantoffels aan bij de kachel. December feestmaand, met alle drukte van dien. Sinterklaasinkopen doen, rijmen en dichten, kerstmenu samenstellen, originele nieuwjaarskaarten maken. Zetten we een echte kerstboom of gaan we voor nep? Wat doen we met moeder met de kerst en waar zullen we dit jaar eens Oud & Nieuw vieren? Een agenda vol borrels, brunches en andere gezellige bijeenkomsten. En dan moet er ook nog geklust worden in de kerstvakantie. Overal klinkt vreselijke kerstmuziek, totdat de Top 2000 verlossing brengt.
December is niet alleen feestmaand, maar ook kneutermaand. Winterse komkommertijd. Waar moet ik in godsnaam over schrijven? Al surfend op internet beland ik in Dierenpark Amersfoort en val als een blok voor het pasgeboren babyolifantje Kyan. Wat een scheet! Ik lees alles over het wonderlijke Rijk der Reuzen, bekijk de filmpjes over dit nieuwe leefgebied voor de Aziatische olifanten en volg de bevalling op 1 november. Plop! Daar is ie dan. Zeventig kilo zwaar. Moeder Indra probeert hem met haar reuzenpoten en slurf behoedzaam op de been te krijgen. En zusje Kina krijgt haar eerste lessen in het moederschap.
Dierenpark Amersfoort wil de olifanten meer olifant laten zijn, zo begrijp ik van de bevlogen verzorgers. Het blijft een raar idee dat die ‘allochtone’ reuzen op een paar kilometer hier vandaan rondscharrelen. Als bezoeker wil je het liefst iets menselijks in de dieren herkennen. Maar ook al hoeven de gekooide beesten niet meer op jacht te gaan naar voedsel, hun instincten zijn nog niet zo getemd als de onze. Zo woedde er onder de olifanten in Dierenpark Emmen een maandenlange machtstrijd, waarbij duwen en slurfmeppen aan de orde van de dag waren. Daar helpt geen familiediner aan.
Ook in Amersfoort is het niet altijd koek en ei. Zo kreeg de eerste bevalling van Indra een dramatische afloop. Uit pure schrik doodde oma Khine War War het pasgeboren kalf. Bij de geboorte van Kina en Kyan is grootmoeder dan ook op veilige afstand gehouden. Inmiddels heeft ze, samen met tante Chit Mimi, kennis gemaakt met haar kleinzoon. Ondanks gegrom, gegil en gewapper met olifantenoren is de kraamvisite deze keer gelukkig goed afgelopen.
Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar www.schrijfwaar.net
Kamers te huur in Vathorst

Cultureel centrum De Kamers is failliet. Nog triester dan de dichte deuren en lege zalen is de website die tot stilstand is gekomen. Hij is nog wel in de lucht, maar met een gewiste agenda en een laatste nieuwsbericht over het faillissement is het leven eruit. “Op dit moment ligt het lot van De Kamers in de handen van een curator, die onderzoekt of wellicht een doorstart mogelijk is.”
Het begon allemaal zo mooi, vijf jaar geleden. De Kamers werd feestelijk geopend door prinses Máxima. De nieuwe Amersfoortse wijk Vathorst was een bijzondere ontmoetingsplek rijker, waar cultuur en welzijn elkaar omarmden. In de Theaterkamer kon je terecht voor een voorstelling of film, in de Eetkamer voor een maaltijd, in de Huiskamer voor een (wijk)bijeenkomst of workshop. Ook mensen van buiten Vathorst en zelfs buiten Amersfoort wisten De Kamers te vinden. Altijd een hartelijke ontvangst door een kamerheer of vrijwilliger, vóór de film of voorstelling gezellig een hapje eten en achteraf napraten bij het haardvuur, wie werd er niet gegrepen door deze sfeervolle formule?
Aanvankelijk kreeg De Kamers subsidie van de gemeente Amersfoort, maar die werd afgebouwd. Vanwege de transparantie zijn de welzijnsactiviteiten begin dit jaar ondergebracht in een aparte stichting. De Kamers moest de lasten van de culturele poot meer en meer zien te verdienen door ‘kamers’ te verhuren aan bedrijven en organisaties. Toen kwam de recessie, waardoor niet alleen de bezoekersaantallen maar vooral de inkomsten uit de verhuur terugliepen. Ook vestigden zich minder bewoners in Vathorst dan verwacht. Uiteindelijk bleek een faillissement onvermijdelijk. Met trots én verdriet blikte kamerheer Jos van Oord, één van de twee initiatiefnemers, terug in De Stad Amersfoort. “Ik ging voor de try-out, voor mensen die net boven het maaiveld uitkwamen, voor aanstormend talent, voor kleinkunstenaars.” Een gemeentewoordvoerder sprak waardering uit voor wat De Kamers heeft bereikt. “Het college vindt het hoopvol dat de curator gaat kijken naar een doorstart.”
Mooie woorden, maar er is één ding dat ik in de hele gang van zaken nooit goed heb begrepen. Hoe heeft diezelfde gemeente het ooit verzonnen om in Vathorst een tweede culturele accommodatie te realiseren? ICOON, dat onder meer onderdak biedt aan Scholen in de Kunst en Bibliotheken Eemland, heeft immers ook een theaterzaal die zakelijk verhuurd moet worden. Wellicht heeft de leiding van De Kamers het cultureel ondernemerschap onderschat en is een doorstart alleen mogelijk met een zakelijker concept. Maar naast de crisis en alle gevolgen van dien speelde ook de concurrentie binnen de wijk het bijzondere centrum parten.
Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar www.schrijfwaar.net
Gratis water voor een goed doel

Voor een vakantiefietser bestaat er, naast een mooie afdaling na een pittige klim, amper een groter plezier dan het drinken van koel water. Vooral als je, zoals ik deze zomer in Spanje, fietst bij temperaturen van boven de dertig graden en het water in je bidon al bijna net zo warm is geworden. De ijsblokjes die je van een aardige café-uitbater meekrijgt, smelten in rap tempo. Of erger nog: de bidon is leeg. Dan biedt een openbare waterkraan met agua potable uitkomst. Gelukkig kun je je watervoorraad in bijna elk Spaans dorp verversen.
In Nederland maken we dit soort hittegolven met bijbehorende uitdrogingsverschijnselen niet vaak mee. Toch verrijzen er de laatste tijd overal in het land watertappunten, waar iedereen gratis aan kan lurken of zijn flesje met kraanwater kan vullen. Ook Amersfoort heeft inmiddels zo’n tappunt, en wel naast de loempiakraam op het plein bij de Hellestraat De openbare kraan is in maart van dit jaar officieel in gebruik genomen door wethouder Sebastiaan van ’t Erve en raadslid Sieta Koet, beide van GroenLinks. In september kreeg het tappunt een bordje waarop de sponsoren staan vermeld.
Water tappen uit deze moderne dorpspompen blijkt niet alleen een goedkope vorm van dorst lessen, maar dient ook hogere doelen. De deelnemende partijen hebben allerlei redenen om het gebruik van kraanwater te promoten. De waterbedrijven zien met hun “kwaliteitsproduct” winst voor de strijd tegen overgewicht - water in plaats van frisdrank - én het milieu. Vooral dat laatste punt is koren op de molen van GroenLinks. Immers, als iedereen zijn persoonlijke petflesje hervult in plaats van alsmaar een nieuwe te kopen, neemt de belasting van het milieu door de productie en het vervoer van voorverpakt bronwater af en slinkt ook de afvalberg aanzienlijk.
Maar daarmee zijn we er nog niet. Initiatiefnemer stichting Join The Pipe, het “eerste sociale netwerk van kraanwaterdrinkers”, wil de toegang tot drinkwater in de wereld bevorderen. Waar wij per dag liters schoon water door de wc spoelen, krijgen miljoenen mensen in ontwikkelingslanden nog steeds geen druppel. Daarom draagt elk tappunt in Nederland bij aan de wereldwijde watervoorziening. Hoe dat financieel precies werkt, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat ik binnenkort eens naar het Amersfoortse watertappunt ga. Niet om mijn dorst te lessen, maar om mij gratis een beter mens te voelen.
Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Vanaf nu zullen wij iedere eerste woensdag van de maand een column van José publiceren.
Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar www.schrijfwaar.net
Armando verlaat Amersfoort

Deze column is geschreven door onze columniste José Vorstenbosch.
Vanaf oktober zullen wij iedere eerste woensdag van de maand een column van José publiceren.
Voor meer informatie over José Vorstenbosch en haar werk gaat u naar www.schrijfwaar.net
De collectie van het voormalig Armando Museum in Amersfoort verhuist definitief naar landhuis Oud-Amelisweerd in Bunnik. De Utrechtse gemeenteraad stemde in juni toe met de renovatie en nieuwe bestemming van het landhuis. Niet alleen verdwijnt er een gerenommeerd museum uit Amersfoort, ook de herkenbaarheid lijkt te vervagen. In Museum Oud Amelisweerd (MOA) zal de Armando-collectie vanaf medio 2013 te zien zijn in “het inspirerend verband van kunst, cultuur, landschap en erfgoed dat gevormd wordt door de historische buitenplaats, de unieke Chinese behangsels en het omringende landgoed”, aldus de laatste museumnieuwsbrief.
Toen ik op een maandag in oktober 2007 in mijn nieuwe woning aan het klussen was, zag ik buiten een enorme zwarte wolk in de helderblauwe lucht. “Als het maar niet het Armando Museum is”, zei ik tegen mijn klusmaatje. Wat bleek toen ik de regionale tv aanzette? Het Armando Museum, gevestigd in de Elleboogkerk, stond in lichterlaaie. Ik word niet vaak geplaagd door bijzondere gaven, maar deze ‘ingeving’ zei wel iets. Dat ik een speciale band had met het museum en vooral een grote fascinatie voor het werk van Armando.
Het Armando Museum zou eerst opnieuw in de Elleboogkerk ondergebracht worden, maar gemeentelijke bezuinigingen gooiden roet in het eten. Na een lange periode van onzekerheid is de kogel door de kerk en verhuist de collectie naar Bunnik. Voor 1,6 miljoen wordt het landhuis Oud-Amelisweerd verbouwd tot museum. Voor een sluitende meerjarenexploitatie is het nodig dat het aantal betalende volwassen bezoekers in 2016 uitgroeit tot 32.000. Een behoorlijk aantal, gezien het feit dat het Amersfoorts Armando Museum in 2007 ‘maar’ 13.000 bezoekers telde. Dat is overigens wel bijna een verdubbeling ten opzichte van 2004.
Het werk van de veelzijdige kunstenaar Armando heeft altijd felle voor- en tegenstanders gehad. Waar de één er geen kwaad woord over wil horen, vindt de ander het maar somber en elitair. Deze controverse weerspiegelde zich in de meningen over het museum in Amersfoort. En als er dan bezuinigd moet worden, komt het erop aan: liever kunst voor het volk dan kunst voor een relatief kleine groep bewonderaars. Maar één ding is hierbij naar mijn idee volkomen over het hoofd gezien: de onlosmakelijke band tussen Armando en Amersfoort. De observaties die hij als jongen deed in de omgeving van voormalig concentratiekamp Amersfoort vormen een belangrijke rode draad in zijn omvangrijke oeuvre. Uit overlevingsstrategische overwegingen wordt nu een band gecreëerd met de historie van het landhuis, de horeca in Amelisweerd en de huurfietsen in Bunnik en Zeist. Ik hoop van harte dat het werkt.
In landhuis Oud-Amelisweerd is tot en met 7 oktober de tentoonstelling Het Gebouw te zien, een eerste improvisatie voor de opening van het nieuwe Museum Oud Amelisweerd in 2013. Informatie: www.moa.nl.
Foto: Verkoolde balken worden uit het door brand verwoeste Armando Museum in de Elleboogkerk getakeld
‘Foute’ Amersfoorters zwaar mishandeld

Hoe voorkom je ‘bijltjesdag’ na een oorlog? Voor die vraag zag de Nederlandse regering zich in mei 1945 gesteld. In Frankrijk en in België, die al eerder waren bevrijd, waren tienduizenden omgekomen doordat hun landgenoten eigen rechter gingen spelen. Om dit te voorkomen liet de Nederlandse regering meteen na de capitulatie zoveel mogelijk ‘foute’ of vermeend ‘foute’ burgers opsluiten. Onder meer in Kamp Laan 1914 in Amersfoort. Met alle excessen van dien.
Er is niet veel meer over van de barakken aan de Laan 1914. Ze werden eind jaren dertig gebouwd als onderkomen voor soldaten. Tijdens de oorlog gebruikten de Duitsers het kamp om politieke tegenstanders en gepakte onderduikers te verzamelen voor transport naar Duitsland. Na de oorlog kreeg het kamp een minder bekende bestemming, die aangrijpend staat beschreven in Het ‘foute’ kamp van Richard Hoving, dat eind vorig jaar is verschenen.
In 1945 en 1946 diende de plek als opvang voor collaborateurs en andere ‘foute’ burgers. Onder hen bekende Amersfoorters als NSB-burgemeester Jan Harloff en NSB’er Piet Frima. Er wachtte deze Amersfoorters een harde behandeling. Ze kregen aanvankelijk niet genoeg te eten, de hygiëne was zeer gebrekkig en de bewakers verzonnen tal van manieren om gevangenen te vernederen. Ze werden mishandeld, met brandslangen op hun geslachtsdelen gespoten of moesten ‘plaatje draaien’: met één vinger aan de grond en één vinger in hun oor ronddraaien.
In het kamp zaten grote misdadigers, bijvoorbeeld de beul Joseph Kotälla, een van de latere Vier van Breda, naast mensen die kleine vergrijpen hadden begaan of ronduit onschuldig waren. En in het begin verbleven er ook kleine kinderen en zelfs baby’s. Alle verdachten moesten een eerlijk proces krijgen, maar het waren er te veel. In heel Nederland zaten naar schatting 130.000 mensen in ruim honderd kampen. Dat betekende dat sommige alleen al maanden moesten wachten om te horen waarvan zij werden verdacht.
Vrij snel zag de Nederlandse regering in dat ze zo niet met de eigen burgers kon omgaan. Steeds grotere groepen werden vrijgelaten en steeds meer kampen werden gesloten tot na enkele jaren alleen nog de zwaarste gevallen over waren. Door na de oorlog snel te handelen wist de Nederlandse regering inderdaad een ‘bijltjesdag’ voorkomen, toch hebben duizenden meer en minder schuldige burgers daarvoor een hoge prijs betaald.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist. Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Maak in park Randenbroek een concertpodium

Hoe zou Jacob van Campen het vinden dat zijn woonhuis een restaurant of een kroeg wordt? Daar valt natuurlijk alleen naar te gissen, maar misschien zou hij zich met de nieuwe bestemming verzoenen als er mooie concerten worden gegeven.
Van Campen (1596-1657) was een begaafd schilder en architect. Hij ontwierp onder meer het Mauritshuis, het Koninklijk Paleis op de Dam, kasteel Drakesteyn en paleis Noordeinde. Via zijn moeder erfde hij het Amersfoortse landgoed Randenbroek, dat al in de Middeleeuwen was ontstaan. Hij liet het verbouwen en door Caesar van Everdingen decoreren. In 1646 sprak Van Campen met de eigenaar van de Heiligenberg af dat hij de weg naar de ingangspoort van zijn park mocht doortrekken tot de Heiligenberg. Zo ontstond de Heiligenbergerweg.
Tegenwoordig wandelen en sporten veel Amersfoorters in Randenbroek en het gebied eromheen. De gemeente wil er meer eenheid in aanbrengen door groen te vernieuwen en het terrein opnieuw in te richten. Zeker als het ziekenhuis en het sportfondsenbad zijn verplaatst, is er ruimte voor verbetering. De plannen leveren natuurlijk weer veel gemekker op, want hoe moet het bijvoorbeeld met de watervleermuis als er oude bomen worden gekapt?
Het huis op het landgoed krijgt een horecabestemming. Geïnteresseerde ondernemers kunnen een plan indienen. De vijf beste plannen worden door de gemeente voorgelegd aan de inwoners van de stad. Daarom een tip voor horecaondernemers: ga zondagmiddagconcerten in het park te organiseren. Want dat is wat ik nu in Amersfoort mis: een fijne plek op om zondagmiddag heen te gaan en naar live muziek te luisteren. Af en toe zijn er dan concerten in de St. Aegtenkapel, maar dat zijn altijd serieuze optredens in een tamme, soms ronduit slome sfeer. Waarbij iedereen zijn hoest- en kuchmomenten opspaart voor de stiltes tussen de stukken door en verder roerloos op zijn stoel zit.
Ik zou graag na een wandeling door het park nog wat drinken bij live muziek. Het maakt niet uit of het klassiek, jazz of pop is, zolang het maar informeel en vrolijk is. Optredens waar je ook kinderen en vrienden mee naar toe kunt nemen, en je ondertussen mag praten en lachen. In een omgeving die zo gezellig is dat je besluit er ook nog te blijven eten. Tegen zo’n bestemming zou Jacob van Campen toch geen bezwaar hebben?
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist.
Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Archief Eemland verslaat Linda de Mol

Het was laatst groot nieuws: damesblad Linda maakt gebruik van augmented reality. Als lezeressen hun mobiele telefoon op het blad richten krijgen ze extra informatie bij artikelen, kunnen ze producten bestellen of meedoen aan een poll. Maar Linda is daarmee niet uniek: Archief Eemland zette de zogeheten Layar al eerder in.
Wie door Amersfoort loopt en de Layarapplicatie op zijn mobiele telefoon heeft, hoeft de ingebouwde camera maar op een pand te richten of er verschijnt interessante informatie over dat gebouw. Je krijgt bijvoorbeeld oude foto’s, plattegronden of tekeningen te zien. Een stadswandeling wordt op deze manier veel interessanter. Ook over je eigen straat kan verrassende informatie tevoorschijn komen. Dankzij Layar ontstaat een digitale laag over de werkelijkheid. Gebruikers kunnen nog niet reageren, maar het wordt natuurlijk leuker als je zelf kunt aangeven wat je het mooiste stadsgezicht vindt, aan welke plek je romantische herinneringen hebt en bij welk restaurant je absoluut niet meer naar binnen gaat.
Een ander project van Archief Eemland is www.amersfoortopdekaart.nl. Dankzij deze site kun je vanachter de computer door Amersfoort lopen of zelf een bijzondere stadswandeling voorbereiden. Via deze website zijn de digitale collecties van Archief Eemland en Museum Flehite te bewonderen. Ook tal van monumenten, archeologische opgravingen en kunstwerken staan online.
Voor grote groepen heeft Archief Eemland twee interactieve tafels ontwikkeld die de Amersfoortse geschiedenis op een speelse manier presenteren. De tafels zijn te bedienen via een aanraakscherm. Ze tonen oude foto’s van honderden locaties in de stad. Met een soort ‘tijdschuiver’ worden historische plattegronden over een actuele luchtfoto van Amersfoort heen gelegd. Gebruikers kunnen hun kennis van de stad testen in een quiz. De interactieve tafels staan vaak in het archief zelf, maar ze worden ook uitgeleend aan scholen of andere instellingen. Zo ontkomt niemand meer aan de geschiedenis.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist. Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Eindelijk een bommelding op station Amersfoort

Een echte stad heeft een eigen station, want daarmee begint de wijde wereld. Van daaruit kun je vertrekken naar verre oorden – en nooit meer terugkomen. Of je kunt er bijzondere vreemdelingen ontmoeten. Amersfoort werd in 1863 aangesloten op de beschaving. En zo begon de bloei van de stad.
In eerste helft van de negentiende eeuw telde Amersfoort 9000 inwoners. Na de komst van het station, en even later van het leger, werden het er snel meer. Het oude station uit die tijd is nog steeds te zien. Het is het witgepleisterde, vriendelijke gebouw dat in het niet valt bij de kantoorkolossen aan het Smallepad en tegenwoordig dient als kantoorruimte. Dit station werd geëxploiteerd door de Nederlandsche Centraal-Spoorweg-Maatschappij en lag aan de lijn Utrecht- Zwolle. Later kwamen daar verbindingen naar Hilversum-Amsterdam, Apeldoorn-Zutphen en Nijmegen bij.
In 1901 kreeg Amersfoort een heel nieuw station op de huidige locatie. Er kwam een asymmetrisch gebouw met een toren, zoals velen zich ongetwijfeld nog herinneren. Een gezellig pand dat ruim negentig jaar dienst deed. Ook in de jaren veertig toen het inwonertal van Amersfoort was gestegen tot 43.000 en na de oorlog weer licht daalde bij gebrek aan goede woningen. Maar die terugloop duurde niet lang. Door de enorme bouwwoede begon Amersfoort te groeien. In 1970 woonden er 75.000 mensen, tegenwoordig is dat het dubbele. De verwachting is dat het er in 2016 160.000 zijn. De helft van de beroepsbevolking is forens, en een groot deel daarvan gaat ongetwijfeld met de trein.
Op oude foto’s is te zien dat het station wat buiten de bebouwing lag. In de loop der jaren werd het ingesloten door kantoorgebouwen. Een stad die zo hard groeit, heeft een flink station nodig. En dat kwam er in 1997. Het stationsgebouw-met-toren werd afgebroken en maakte plaats voor de huidige glazen façade met twee kantoorruimtes als oranje stootkussens in de gevel. De oude bebouwing op het tweede perron bleef gehandhaafd, er zit nu een chique restaurant in: Perron 4/5. Er kwam een derde eilandperron bij en een achteruitgang bij het Soesterkwartier.
Het hoofdstation van Amersfoort is een serieus station geworden. Elke tien minuten vertrekt er een trein in een van de windrichtingen. Het station is zelfs zo serieus dat het in januari werd gesloten wegens een bommelding. Loos alarm natuurlijk – zo’n grote stad is Amersfoort nou ook weer niet – maar toch net echt. Op het station van Amersfoort begint tegenwoordig duidelijk de wijde wereld.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist. Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Flehite toont portret van een mislukte stadhouder

Zelfs zijn achterkleindochter koningin Wilhelmina vond hem een sufferd en ook historici zijn nooit van hem onder de indruk geweest. Stadhouder Willem V (1748-1806) was een mislukkeling en dat wist hij zelf het beste. In 1787 mocht hij enige tijd logeren in het ‘huis met de paarse ruitjes’ aan de Zuidsingel in Amersfoort. Als dank schonk hij de eigenaar van het huis een portret van hemzelf, dat tegenwoordig in Museum Flehite hangt.
Hofschilder B.S. Bolomey heeft zijn best gedaan Willem V vorstelijk en daadkrachtig af te beelden, maar echt overtuigen doet hij niet. Willem V was nu eenmaal niet geschikt voor zijn functie. Zijn leven begon al moeilijk. Zijn ouders overleden toen hij nog jong was en hij groeide op onder leiding van de hertog van Brunswijk, een potentaat van een man. Volgens enkele historici was hij niet eens het echte kind van Willem IV. Een gegeven dat officieel altijd wordt ontkend, omdat het zou betekenen dat de huidige Koninklijke familie helemaal niet van de beroemde Willem van Oranje afstamt. En hun positie dus niet te rechtvaardigen valt. In ieder geval leidde zijn jeugd er waarschijnlijk toe dat Willem V zich ontwikkelde tot een zwakke persoonlijkheid.
In 1766 werd hij stadhouder, maar hij kon de problemen in het land al snel niet aan. Hij begon steeds meer te drinken. Het verzet van de patriotten tegen de macht van de familie van Oranje groeide. Willem V, zijn vrouw Wilhelmina en hun kinderen ontvluchtten Den Haag en vestigden zich tijdelijk in Nijmegen. In mei 1787 probeerden ze vanuit Amersfoort de macht te heroveren, maar dat mislukte. De orde werd uiteindelijk hersteld met hulp van Wilhelmina’s broer, Frederik van Pruisen, die tienduizenden soldaten stuurde.
Willem en Wilhelmina vestigden zich daarna weer in Den Haag, maar de stadhouder kreeg nooit echt aanzien. ‘Ik voele, ik ben niet bekwaem,’ scheen hij eens te hebben geroepen. Toen in 1795 de Fransen de Republiek binnenvielen, vluchtte Willem V met zijn gevolg naar Engeland. Hij deed geen serieuze poging meer zijn positie te herstellen. Zijn zoon Willem Frederik was ambitieuzer. Hij werd in 1813 koning Willem I, met meer enthousiasme en met meer gezag.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist. Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Russische slachtoffers in Leusden

In 1941 brachten de Duitsers 101 Sovjet-Russische soldaten naar Kamp Amersfoort. Ze werden daar als beesten behandeld. Een van hen was de vader van Dmitri Botenko. Maar dat wist Dmitri niet. Die dacht meer dan vijftig jaar dat zijn vader een overloper was.
Op het Russisch Ereveld in Leusden liggen 865 oorlogsslachtoffers uit de voormalige Sovjet-Unie begraven. Jonge soldaten die ver van hun vaderland stierven. Het ereveld werd in 1948 geopend, maar is sindsdien wat in de vergetelheid geraakt.
Een groep onder deze soldaten heeft het extra zwaar te verduren gehad. Dat waren 101 krijgsgevangenen uit Oezbekistan. Ze werden in 1941 tijdens een reis van twee weken met veewagens door de Duitsers naar Amersfoort gebracht. Waarom juist naar Amersfoort en op bevel van wie is nog steeds niet helemaal duidelijk. In ieder geval wilden de Duitsers via hen een voorbeeld stellen: dit waren zogenoemde Untermenschen – mogelijk vanwege hun Aziatische trekken - en iedereen moest hen zien.
Ze lieten de uitgeputte mannen via een lange omweg van het station naar het kamp marcheren. De Amersfoorters die dat zagen voelden geen afkeer voor deze mannen, maar wel voor de Duitsers. Sommigen probeerden de uitgehongerde Russen wat eetbaars toe te stoppen. Ook de andere gevangenen in het kamp voelden sympathie voor de Russen. Uit woede daarover gaven de SS’ers de Russen drie dagen geen eten en lieten hen in de openlucht verblijven. Daarna gooiden ze brood tussen de mannen in de hoop dat ze er als dieren om zouden gaan vechten en zo zouden bewijzen dat ze minderwaardig waren. Maar de Duitsers kwamen bedrogen uit. De Russen verdeelden het brood eerlijk en waardig onder elkaar. Uiteindelijk stierven al deze mannen toch in of nabij het kamp, de meeste werden in 1942 gefusilleerd.
De journalist Remco Reiding probeert sinds een paar jaar hun familieleden op te sporen, hij heeft er inmiddels ruim 160 gevonden. Als eerste stuitte hij op Dmitri Botenko, de zoon van krijgsgevangene Vladimir. De inmiddels bejaarde Dmitri was zeer aangedaan. Hij had zijn levenlang gehoord dat zijn vader een verrader was en er met een Duitse vrouw vandoor was gegaan. Nu kende hij eindelijk de waarheid en kon hij het graf van zijn vader bezoeken. Zo is toch nog sprake van enige gerechtigheid.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist.
Meer informatie over haar werk:
www.mirjamjanssen.com
Maria verrichte 542 wonderen in Amersfoort

In iedere kerk die ik bezoek, brand ik een kaars voor Maria. En in iedere kerk ziet ze er anders uit. Nu eens is ze tot op het hout versleten, dan weer heeft ze roze wangen als een kermispop, is ze overdekt met goudverf, van wit marmer of van grijze steen.
Maria staat in bedompte nissen, heeft een eigen altaar of wordt beschenen door veelkleurig licht uit glas-in-lood ramen. Ik zag haar voor het eerst als meisje, nu als moeder en wellicht ooit als grootmoeder. In iedere kerk denk ik aan alle vrouwen die er voor mij stonden en nog zullen staan als ik allang weer verdwenen ben. En in een aftands Mariabeeld kan ik opeens meer herkennen dan in het kirrend bezongen moederschap uit de damesbladen, de ontevredenheid van het feminisme of de emancipatiedwang van de overheid. Ik ben liever een schakel in de eeuwigheid – al is het nog zo’n onbeduidende – dan een punt in een statistiek of een ijkpersoon in een focusgroep.
De grote tentoonstelling over Maria die vanaf 10 juli is te zien in Museum Flehite, spreekt mij dan ook zeer aan. De moeder van Christus verrichtte volgens de overlevering maar liefst 542 wonderen in Amersfoort.
Het begon zo: in 1444 liep Geertje Arends van Nijkerk naar Amersfoort omdat zij wilde intreden in het klooster. Als cadeau had zij een Mariabeeldje van witte klei bij zich. Maar toen ze de mooie stad zag, had ze opeens het gevoel dat het geschenk niet goed genoeg was en gooide het in een put bij de Kamperbuitenpoort. Daar woonde de dienstmeid Griet Alberts die driemaal droomde dat zij het beeldje uit de put moest halen. Toen zij een kaars bij het beeldje aanstak, bleek die driemaal langer te branden dan normaal. Ze waarschuwde de pastoor die het beeldje naar de Onze Lieve Vrouwekapel bracht.
Daarna volgde een eeuw lang het ene wonder op het andere. Vele pelgrims riepen met succes Maria’s hulp in. In de Stadsmuur aan de Sint-Annastraat is op de plaats van de put een pelgrimsteken aangebracht. Of Maria al die wonderen echt verrichtte, doet er al lang niet meer toe. Het gaat om de troost die van haar uitging - en voor velen nog steeds uitgaat.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist. Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Napoleon was hier!

Een obelisk op een piramide is misschien wat veel van het goede voor een gedenkteken. Alleen een obelisk of alleen een piramide hadden me wel voldoende geleken. Maar er is een excuus: de Pyramide van Austerlitz is niet opgedragen aan de eerste de beste. Het was een eerbetoon aan niemand minder dan keizer Napoleon. Tweehonderd jaar geleden was hij in Amersfoort.
In 1810 werd Nederland bij Frankrijk ingelijfd als het Koninkrijk Holland. De broer van Napoleon Bonaparte, Lodewijk Napoleon, vervulde de rol van koning. Maar dat was geen succes. Daarom kwam de grote Napoleon zelf in het najaar van 1811 naar Nederland. Hij had een overvol programma en reisde per boot, koets of te paard kriskras door het land. Zijn jonge vrouw Marie Louise was meegereisd, maar vond Nederland nat en koud. Meestal bleef ze achter op een warme, rustige plek. Ondertussen deed haar man meer dan veertig plaatsen aan, sommige bezocht hij niet meer dan tien minuten.
Voor Amersfoort nam Napoleon langer de tijd, al scheelde het niet veel. Bij zijn bezoek aan de stad op 27 oktober kreeg Napoleon de stadssleutels overhandigd. Een symbolisch gebaar, waarmee de stad aangaf dat zij zich onder zijn gezag plaatste. Napoleon reed daarna in één ruk Amersfoort weer uit en nam niet de moeite de Onze Lieve Vrouwetoren te beklimmen. Tot teleurstelling van het stadsbestuur dat al een verrekijker voor hem had klaarliggen. Als hij naar boven was geklommen, had hij vlakbij Zeist de Pyramide van Austerlitz kunnen zien liggen.
De piramide was in 1804 ter ere van Napoleon gebouwd onder leiding van generaal Marmont. Marmont was op de heide aan het oefenen met 18.000 soldaten, die zich desondanks verveelden. Om de mannen bezig te houden, liet Marmont hen de piramide en de obelisk optrekken. Het wonderlijke bouwwerk is sindsdien twee keer gerestaureerd en heel geschikt voor een uitstapje.
Na afloop van Napoleons bezoek werden de sleutels weer teruggegeven. Ze bevinden zich tegenwoordig in Museum Flehite. Heel bijzonder zien ze er niet uit, maar het is een mooie gedachte dat Napoleon zelf ze even vast heeft gehouden. Tot 4 september zijn ze daar samen met de verrekijker te bewonderen.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist. Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Aletta’s minnaar kwam uit Amersfoort

In 1872 slaagde Aletta Jacobs als eerste Nederlandse vrouw voor haar kandidaatsexamen. Ze kreeg felicitaties uit het hele land, ook uit Amersfoort van ene C.V. Gerritsen. En zo ging het iedere keer: telkens als zij in haar leven een drempel nam, volgden er gelukwensen uit Amersfoort. Aanvankelijk sloeg Aletta er weinig acht op. Tot ze de schrijver ontmoette.
Aletta was inmiddels als eerste vrouw een artsenpraktijk begonnen in Amsterdam. Ze zat rustig op een zondagmiddag met haar zus te handwerken toen Carel Victor Gerritsen zich meldde. Hij vond handwerken niets voor een geëmancipeerde vrouw, maar dat was een van de weinige zaken waarover ze van mening verschilden. Ze hadden dezelfde politieke opvattingen. Geleidelijk ontstond een diepe vriendschap, en meer.
Het was alleen lastig dat Carel in Amersfoort woonde. Aletta noemt het in haar memoires ‘een bekrompen stadje’ en ‘overwegend anti-revolutionair’. Terwijl zij en Carel juist links-liberaal georiënteerd waren. Toch bleef Carel nog lange tijd in dat bekrompen stadje wonen. Hij zat er in de gemeenteraad en gaf er een weekblad uit, Ons blad.
Op den duur verhuisde hij toch naar Amsterdam. Het stel wilde niet trouwen, omdat Aletta haar onafhankelijkheid niet wilde opgeven. Pas toen ze hadden afgesproken dat ze volkomen gelijkwaardig met elkaar zouden omgaan en dat ieder in huis zijn eigen deel zou hebben, stemde Aletta toe. Al was het wel even slikken toen ze bij het afleggen van de huwelijksgelofte ‘gehoorzaamheid’ moest beloven.
Wie Aletta’s memoires leest krijgt de indruk van een verbintenis tussen twee verwante zielen. Ze hadden graag kinderen gewild, maar hun enige zoon stierf een dag na de geboorte door een fout van de verloskundige. ‘Jaren heb ik nodig gehad om het verdriet te boven te komen,’ schreef Aletta. ‘Toch heb ik later (…) mij gelukkig gerekend dat ik, al was het dan ook maar voor eenen dag, de moederweelde heb gekend.’
In 1905 overleed Carel. Dat was opnieuw een grote slag voor Aletta. Een troost was wel dat haar grote belang voor de vrouwenemancipatie inmiddels alom werd erkend. In de latere jaren van haar leven vielen haar vele huldeblijken ten deel. Ze zag in dat ze veel had bereikt. En haar Carel uit Amersfoort had haar daarin altijd aangemoedigd.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist. Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Demp het Valleikanaal toch maar niet!

Ook saaie plaatsen hebben een geschiedenis. Een van de saaiste plaatsen in Amersfoort vond ik altijd het Valleikanaal naast de Ringweg langs Liendert en Schothorst. Een brede sloot waarvan ik me regelmatig afvroeg waarom ze hem niet dichtgooiden.
Het enige aardige dat ik lange tijd aan het Valleikanaal kon ontdekken, was de familie ganzen die er woont. Ze begonnen jaren geleden met z’n drieën en hebben zich sindsdien verveelvoudigd. Af en toe wandelen ze met z’n allen over de weg en hinderen het verkeer enorm. Het siert de gemeente dat ze niet worden verwijderd, maar dat automobilisten alleen worden gewaarschuwd met een bord. Al verdenk ik de gemeente er wel van een vorm van geboortebeperking te hanteren, want het aantal ganzen blijft tegenwoordig min of meer stabiel.
Hoe dan ook, inmiddels weet ik dat het Valleikanaal tot de Grebbelinie behoorde, de grote 18de-eeuwse verdedigingslinie. Dankzij deze linie kon Nederland in geval van oorlog een deel van zijn grondgebied onder water laten lopen om zich achter terug te trekken. De linie is 60 kilometer lang en loopt van de Grebbeberg in Rhenen tot aan het Eemmeer bij Bunschoten. De Grebbelinie is de enige linie waar tijdens de Tweede Wereldoorlog echt werd gevochten.
De aanleg van het Valleikanaal, dat doorloopt tot in Gelderland, begon in 1937 als werkgelegenheidsproject. Het was de bedoeling de afwatering in het gebied te verbeteren en Duitse tanks tegen te houden. Dat laatste was – als bekend – geen succes. De strategie achter de Grebbelinie was achterhaald. In 1951 werd deze verdedigingslinie dan ook opgeheven, maar grote delen ervan zijn behouden gebleven. Er zijn wandel- en fietstochten langs uitgezet.
Na de oorlog werd het Valleikanaal helemaal voltooid en kon Amersfoort beginnen met de bouw van nieuwe wijken op droge grond. Zo is het kanaal dus toch van grote waarde gebleken. Het zou jammer zijn het te dempen – ook voor de ganzen.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist. Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Amersfoort was een stinkende stad

Als ik door de binnenstad van Amersfoort loop, probeer ik me vaak de grachten en straten zonder verkeersborden en auto’s voor te stellen. Ik bedenk dan dat de stad ooit aangenamer was met alleen hier en daar een paard en wagen, of een spelend kind. Maar zeker sinds ik Koninkrijk vol sloppen van Auke van der Woud heb gelezen, weet ik dat dit heimwee is naar een tijd die nooit heeft bestaan. Net als andere steden moet Amersfoort vroeger enorm hebben gestonken.
Achter al die prachtige gevels ging in de negentiende eeuw bittere armoede schuil. De meeste gezinnen leefden op één, hooguit twee kamers, die vaak tegelijk als werkplaats of winkel dienden. Goede sanitaire voorzieningen waren er niet, er was nauwelijks verwarming, geen frisse lucht en de grachten waren open riolen waar de mensen vaak ook hun drinkwater uit haalden. Ze leefden te midden van het vuil met vele huisdieren en regelrecht ongedierte als slakken en parasieten, die zich verschanst hadden op muren en in matrassen. De gemiddelde Nederlander werd in die tijd 33 à 34 jaar. Zelfs in de Derde Wereld worden mensen tegenwoordig ouder.
En niet alleen de ‘asocialen’ woonden in slechte huizen, ook de gewone, hardwerkende arbeiders konden meestal niets beters krijgen. Pas na 1900 verbeterde de situatie in de steden langzaam. Er werden rioleringssystemen aangelegd – al duurde het tot 1970 voordat heel Nederland daarop was aangesloten. Corporaties bouwden goede huizen in nieuwe wijken en de binnensteden werden opgeknapt. Historische binnensteden zijn nu mooier dan ooit. De vroegere vieze sloppen zijn zelfs zeer populair als woonhuis. Wie wil nou niet in zo’n prachtig grachtenpand of aan een snoeperig hofje wonen? Ze zijn misschien iets minder comfortabel dan moderne huizen, maar de sfeer maakt dat ruimschoots goed.
En stinken doet het er al lang niet meer. Integendeel, de huidige binnensteden zijn helemaal geurloos. Je ruikt ook nergens meer de lekkere luchtjes van een bakker of een houtzagerij. En dat is wel jammer.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist.
Meer informatie over haar werk: http://www.mirjamjanssen.com
Een ongelukkige jeugd in Amersfoort

Van hoeveel Amersfoorters zou in de loop der jaren het hoofd zijn afgehakt? Van niet zo heel veel vermoed ik, waarschijnlijk alleen van wat criminelen en enkele van hun slachtoffers. De beroemdste Amersfoorter zonder hoofd was ongetwijfeld de grote staatsman Johan van Oldenbarnevelt. Na een conflict met prins Maurits werd hij in 1619 op het Binnenhof terechtgesteld.
Van Oldenbarnevelt was de landsadvocaat van de jonge Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij had zijn hele loopbaan in dienst van het land gesteld en een internationale reputatie opgebouwd. Hij werd in 1547 geboren en woonde enige tijd met zijn familie in de Bollenburgh aan Muurhuizen 17-19. Een prachtig pand, dat nog steeds bestaat. De jonge Johan bezocht de Latijnse school, het huidige gymnasium dat naar hem is genoemd.
Daarna maakte hij carrière in Den Haag. Of Van Oldenbarnevelt nog vaak over Amersfoort heeft gesproken, weet ik niet. Maar waarschijnlijk heeft hij hier geen prettig jeugd gehad. Hij scheen in ieder geval altijd wat geheimzinnig over zijn ouders te doen.
Als bejaarde probeerde Van Oldenbarnevelt aan te tonen dat hij van Gelderse adel afstamde. Toen zijn politieke tegenstanders dat uitzochten, ontdekten ze dat zijn stamboom niet ver terugging. Tot zijn overgrootvader Claes om precies te zijn, die waarschijnlijk een welgestelde boer was. De vader van Johan zou een querulant zijn geweest, die in Amersfoort de bijnaam ‘Gerretgen Sleght’ had, en zelfs een moord had gepleegd. Johans broer was een militair met een slechte reputatie en over twee van zijn vier zussen werd geroddeld dat ze in de prostitutie zaten.
En dan Van Oldenbarnevelts vrouw, Maria van Utrecht, ook over haar viel weinig op te scheppen. Ze zou zijn geboren uit ‘bloedschande’ of wel incest. Van Oldenbarnevelt had daar niet moeilijk over gedaan, zo bekende hij, omdat ze rijk was. En hij was nogal op de centen.
Maar goed, dat neemt allemaal niet weg dat hij grote verdiensten heeft gehad. Hij pleitte onder meer voor een gematigde houding bij godsdienstige meningsverschillen. In 1954 kreeg Van Oldenbarnevelt een eigen standbeeld in Den Haag, maar pas vorig jaar een in Amersfoort. Het staat aan het water in de tuin van de Bollenburgh. Een laat eerbewijs. Alsof de stad op haar beurt ook niet graag aan een van haar grootste burgers wil terugdenken.
Mirjam Janssen is historicus en freelance journalist.
Meer informatie over haar werk: www.mirjamjanssen.com
Nieuw?

Nu met 10 procent meer. Vernieuwde samenstelling. Uw wasmiddel ruikt nog lekkerder. Twintig gram gratis. U kent het wel van de dagelijkse reclames die op u af komen. Ik ben voor vernieuwing en verbetering. Altijd. Bij een verbeterd wasmiddel voel ik mij ook altijd weer genept. Wat was er dan niet goed aan mijn vorige fles vloeibare zeep? Doe het dan gelijk goed.
Ik moet bekennen dat ik deze week als kersverse nieuwe columnist voor waarinamersfoort.nl deel uit maak van twijfelachtige vernieuwingspogingen in onze wereld. In dit geval onze dagelijkse Amersfoortse omgeving. Ik kan het niet ontkennen. Het moet er even uit. Vanaf deze week ben ik nieuw op waarinamersfoort.nl. Vanaf nu kunt u wekelijks elke donderdag nieuwe belevenissen van mij lezen. Waar het over gaat? Alles wat mij in Amersfoort verbaast. Groot en klein. De dingen die mij raken. Waar ik blij van wordt. Ook wat mij buitengewoon prikkelt en irriteert. Ja, ik denk dat u dat graag wilt lezen. Zo niet? Gewoon lekker doorklikken. Is dat echt nieuw? Nee, niet helemaal. De afgelopen vier jaar heeft u mij kunnen lezen in de gedrukte versie van Weekblad Amersfoort, editie Vathorst, Noord of Stad.
Ik ga vanaf volgende week helemaal los. Natuurlijk heb ik mij afgelopen week al verbaasd over het inhuren van een tijdelijke gemeentesecretaris voor 20.000 Euro per maand. Hoezo bezuinigen? Dat er een moskee is gebouwd op het terrein van de Bernhardkazerne voor islamitische militairen vind ik bijzonder. Amersfoort is hoofdstad van de smaak 2012 geworden voor gezond en eerlijk voedsel met een pure smaak. Terwijl Amersfoort toch ook vaak totaal smakeloos is. De politie wil ook buiten de binnenstad meer zichtbaar worden met bereden politie. Dat vind ik leuk. Zo wordt ons stadsbeeld diervriendelijker. De hoeven van paarden klinken altijd zo gezellig op straat. Park Schothorst is in toenemende mate onveilig. Ik denk dan: ga daar ook maar eens paardrijden.
Er gebeurt in onze mooie stad altijd wat. Ik hou van Amersfoort. Ik ga u de komende tijd prikkelen. Mijn verbazingen en belevenissen met u delen. Niet helemaal nieuw. Mijn volgende column wordt 10 procent korter.
Tot volgende week,
Joris
(joris.steentjes@vathorstnet.nl)
|
|
|
|
|