Tijdens een wandeling door de stad met een gids van het Amersfoortse Gilde, kreeg de redactie van waarinamersfoort de geschiedenis van De Amersfoortse Kei te horen. Lees en leer met ons mee: Everard Meyster was een Nederlands dichter en aristrocraat, die in de Gouden Eeuw leefde (Utrecht, 1617-1679)...
Na zijn studie maakte de jonker, die een rijke erfenis had van zijn moeder A.M. de Bruyn van Buitenweg, veel buitenlandse reizen. In 1649 trouwde hij met Agatha Schaap van den Dam, eveneens uit een aanzienlijke familie.
Meyster was een man met een mening en die stak hij ook niet onder stoelen of banken. Hij was poëet en toneelschrijver in hart en nieren. Maar daarnaast hadden stedenbouw en gebiedsontwikkeling zijn buitengewone belangstelling. Everard Meyster was veelzijdig, eigenzinnig en excentriek. Hij was eigenaar van Landgoed Nimmerdor, ten zuiden van de toenmalige stad Amersfoort. In die omgeving, op de Leusderhei, ontdekte hij bij de Waelberch een enorme granieten kei uit de ijstijd. Tijdens een kroegweddenschap met z'n vrienden beweerde Everard dat hij de Amersfoortse bevolking zo gek zou krijgen om deze gigantische kei eigenhandig de stad in te slepen. Hij won die weddenschap. Door heel veel bier en verse krakelingen in het vooruitzicht te stellen, weet hij 400 Amersfoorters te bewegen om de kei naar de Varkensmarkt te slepen. Meyster trakteerde en liet herdenkingsmunten slaan. Sindsdien werden de Amersfoorters uitgemaakt voor ´keitrekkers´. In 1672 had de Amersfoortse bevolking zo genoeg van de spot, dat de kei begraven werd.
De dichter was niet wars van provocatie. Zijn huis in Utrecht gaf hij de naam 'De Krakeling'. Om nog een beetje extra rumoer te creëren, liet hij een Amersfoortse kei in de muur metselen en een trekbel maken in de vorm van een 'krakeling'. Bovendien verwoordde hij het hele verhaal steengoed in 'De Keyklucht van Jock en Ernst'. Het maakte hem er in Amersfoort niet populairder op. Maar bij z'n literaire vrienden des te meer. Zij bezorgen hem nog een andere mooie titel… die van edelman. Pas ruim twee eeuwen na de dood van 'de dolle jonker' – in 1903 – groef men de steen weer op en plaatste deze aan de Utrechtsestraat. Tijdens de Duitse bezetting is de steen tijdelijk ingegraven op de Hof, uit angst voor beschadigingen. Sinds 1954 ligt hij op de huidige plek aan de Stadsring. De kei is een symbool geworden van de Amersfoortse trots en is nu een ware publiekstrekker.
Steeds als er iets met de Kei moest gebeuren, zoals de verplaatsing in 1932, de nieuwe sokkel in 1954, werden feestelijkheden georganiseerd. Vanaf 1971 zijn er jaarlijks terugkerende Keistadfeesten. Aanvankelijk hoorde hier de ontvangst bij van een gastland, dat zelf een kei moest meebrengen. De cadeaustenen werden opgesteld naast de Amersfoortse Kei aan de stadsring. Hoge kosten van de ontvangsten hebben aan deze grappige gewoonte in 1980 een eind gemaakt. De Keistadfeesten bleven: Vijf dagen lang, compleet met historische optocht en bestorming van de Koppelpoort, taptoe, vlooienmarkt en boekenmarkt. En elk jaar wordt de Everard Meyster-penning aan buitenlandse gasten van de gemeente uitgereikt. De penning heeft aan een kant een afbeelding van de Kei en aan de andere kant het wapen van de familie Meyster. Het is een replica van de herinneringspenning die Everard Meyster uitdeelde tijdens de Keitrekoptocht in 1661.
In 1990 was er een weddenschap, nu om het gewicht van de kei. Dit bleek 7157 kilo te zijn. De steen heeft een hoogte van 2 meter en een omtrek van 5, 25 meter.
Van spotobject is De Kei dus over de eeuwen heen veranderd in een symbool van trots. Er zijn tegenwoordig zelfs Amersfoortse snoepkeitjes te koop, en ieder jaar worden Keistadfeesten gegeven onder het motto: Amersfoort, Kei van een stad.
Veel steden en landen hebben onze stad een kei cadeau gedaan.
Zie Amersfoortse keien.